De brok in mijn keel

img_2126

Omstandigheden kunnen ervoor zorgen dat we in ademnood komen. Angst, zorgen, of pijn staan klaar als de man met de hamer en onze adem word benomen. Onbedoeld blijven onze gebeden in onze keel hangen.

We vergeten de zuurstof die we krijgen als we naar Hem toe gaan. We realiseren ons niet allemaal wanneer we onze levensbron afsnijden. Dit gebeurt wanneer we de liederen en de fluisteringen van het hart wegstoppen en we proberen te overleven zonder adem. Ik ken dit patroon heel goed.

Het was nog recent na een geweldige dag dat ik me hierin gevangen voelde en het praten met God stopte alsof mijn adem benomen was. Ik had mijn vriendin en ouders al verzekerd dat het goed ging; dat er niets was; terwijl er in mijn hart een steen lag die ik niet zomaar er uit kon vissen. Ik kon niet mijzelf opbeuren. Mijn lijf begon van de week ook mijn hart achteraan te hobbelen door veel hoofdpijn en het was aan het einde van de dag he-le-maal op. Ik dwaalde om deze gevoelens heen en wist dat ze niet zo hoorden te zijn, totdat een Psalm van David me weer van zuurstof voor zag.

Heer, al mijn verlangen ligt voor U open, 
mijn zuchten is voor U niet verborgen. 
Psalm 38:9

Ik lees de woorden: mijn zuchten is voor U niet verborgen, en mijn hart hapte naar adem alsof ik te lang onder water had gezeten. Mijn zuchten… natuurlijk. Ik was vergeten om mijn moeilijkheden, mijn lasten aan Hem te vertellen, want zelfs dit wil Hij van mij horen.

Waarom blijven we afstandelijk tot het moment we de juiste woorden kunnen vinden en ons spiritueel genoeg voelen om het in een dichterlijk gebed te gieten. Alsof Hij de spirituele, ongerepte woorden hoger acht dan de authentieke, rauwe gebeden. We geloven in de leugen dat we dit maar eerst moeten oplossen en daarna pas naar de Vader mogen gaan.

We zouden nooit moeten/hoeven wachten om naar Hem te rennen; nooit!

We kunnen niet wachten totdat we onze woorden gefilterd hebben met de juiste emoties. De sleutel is niet het polijsten van onze woorden, maar dat de woorden gesproken worden. Op de een of andere manier geloven we dat we onze gebeden moeten inslikken, vanwege de “ik zou” die we ons voorhouden.

Ik zou me vol vreugde moeten voelen en niet bezwaard. Ik zou zelfvertrouwen moeten hebben en niet bang. Ik moet bidden met geloof en niet met angst.

Voor mij gaat dat misschien nog een stukje verder. Vaak zijn mijn kaken verstijfd en alles doet zeer, wanneer emotie mijn keel binnenwandelt als de grote steen die daar vast komt te zitten.

Maar dit wachten met onze woorden – het onthouden van onze gebeden – weerhoudt ons van de zuurstof.

Als het God ons in zijn woord een voorbeeld geeft in welke staat we mogen bidden, dan is dat in ELKE staat. We mogen altijd bidden; ten alle tijden; en ons hart uitgieten voor Hem.

Dit is niet omdat dichterlijke en Bijbels bidden, maar omdat Hij ons Held en onze Schild is.

David wist dit en liet geen enkel kwetsbaar of rauw gebed achterwege. Hij tilde zijn ziel in de armen van God onder elke omstandigheid en in elke emotie (Psalm 55, 69, 130 en 142)

De transformatie van onze emoties en woorden zal gebeuren, maar niet door het onthouden van onze rauwe gebeden, maar verandering komt wanneer we bij Hem zijn – Hem zien; Hem horen; met Hem praten.

Is Hij niet degene die ons uit onze zwaarmoedigheid, angst, schaamte en veroordeling trekt en ons leidt naar vertrouwen, liefde en hoop. Deze uitwisselingen kunnen helaas niet gebeuren wanneer we ons isoleren van Hem, maar alleen in vriendschap met Hem.

Jezus houdt van de rauwe, ongefilterde gedeeltes van ons. Hij houdt van de gebroken gebeden, niet de gemaskerde gebeden. Wanneer onze angsten en zorgen ongefilterd Hem aanbieden, dan bieden we Hem een puur, authentiek gebed aan.

Het is oké om onze tranen te laten zien, onze verzuchtingen en onze verwarring te bidden. Dit laat de diepste plekken van ons hart aan de Heer zien. Dan kunnen we weer ademen.

Sil <3

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *